Wat zijn webteksten?
Webteksten omvatten alles wat er in woorden op een website staat. Dat zijn de paginateksten waar mensen als eerste aan denken, maar het is een groter geheel: de tekst op knoppen, de labels bij invoervelden, de hulpzinnetjes eronder, de melding als iets misgaat, de bevestiging na een aanvraag en de tekst in de e-mail die daarop volgt. Bij elkaar bepalen die woorden of een bezoeker begrijpt wat er gebeurt.
Het vak verschilt van klassiek schrijven doordat vrijwel niemand een website leest zoals een artikel. Mensen scannen, zoeken het stukje dat hen aangaat en slaan de rest over. Dat vraagt een andere opbouw: het belangrijkste eerst, korte alinea’s, tussenkoppen die inhoudelijk iets zeggen en zinnen die concreet zijn in plaats van volledig.
Het meest onderschatte deel zijn de kleine teksten in de interface. Die worden vaak op het laatste moment ingevuld door wie toevallig aan de knop zit, terwijl ze onevenredig veel invloed hebben op of iemand een formulier afmaakt of afhaakt. Een knop met het woord verzenden zegt minder dan een knop met de tekst offerte aanvragen, en een foutmelding die aangeeft wat er precies mis is, scheelt aantoonbaar afgebroken invullingen.
Wat valt er precies onder?
Het werk loopt van de grote inhoudelijke pagina’s tot de kleinste tekst in een formulier.
- Paginateksten: de inhoud van dienst-, product- en informatiepagina’s, opgebouwd voor scannend lezen.
- Koppen en tussenkoppen: inhoudelijke koppen die de lezer laten kiezen wat hij wel en niet leest.
- Interfaceteksten: knoppen, labels, hulpteksten, foutmeldingen en bevestigingen.
- Navigatielabels: de woorden in het menu, die in de taal van de bezoeker moeten staan en niet in die van het organogram.
- Meta-teksten: paginatitels en omschrijvingen zoals die in zoekresultaten verschijnen.
- Transactionele e-mails: bevestigingen, herinneringen en statusberichten, die vaak vergeten worden maar veel gelezen zijn.
- Toon en schrijfwijzer: vastgelegde afspraken over aanspreekvorm, tempo en woordkeuze, zodat de site één stem houdt.
- Redactie van bestaande teksten: inkorten en herschrijven van wat er al is, vaak effectiever dan alles opnieuw schrijven.
Hoe verloopt een teksttraject?
Tekst schrijven voor een site begint met uitzoeken wat de lezer komt doen, niet met wat de organisatie wil vertellen.
- Vragen inventariseren. Er wordt vastgesteld met welke vragen bezoekers op elke pagina komen, vaak op basis van zoekgedrag en van wat de klantenservice hoort.
- Toon vastleggen. Aanspreekvorm, formaliteit en woordkeuze worden bepaald, zodat verschillende schrijvers dezelfde stem aanhouden.
- Structuur per pagina. Per pagina wordt de volgorde bepaald: wat staat bovenaan, wat is verdieping en wat kan weg.
- Schrijven. De teksten worden geschreven, bij voorkeur in het ontwerp of in het prototype zodat lengte en indeling op elkaar aansluiten.
- Interfaceteksten uitwerken. Knoppen, labels en meldingen worden expliciet geschreven in plaats van tijdens de bouw ingevuld.
- Toetsen en aanscherpen. Teksten worden gelezen door iemand van buiten het vakgebied, en waar mogelijk getoetst in een usability-test.
Wanneer heb je dit nodig?
De vanzelfsprekende aanleiding is een nieuwe website. Omdat tekst de indeling mede bepaalt, is het verstandig hier vroeg mee te beginnen in plaats van het als sluitpost te behandelen.
Een tweede aanleiding is een site waar bezoekers vragen blijven stellen die op de site beantwoord worden. Dat wijst er meestal op dat de informatie er wel staat maar niet gevonden of niet begrepen wordt, en dat is een tekstprobleem.
Ook formulieren die vaak worden afgebroken vragen erom: de oorzaak ligt regelmatig in onduidelijke labels of in foutmeldingen die niet zeggen wat er mis is. En bij een gegroeide site met teksten van veel verschillende schrijvers is redactie zinvol, omdat de site anders uiteenvalt in evenveel stemmen als auteurs.
Wat levert het op?
Heldere teksten leveren op dat mensen sneller vinden wat ze zoeken en beter begrijpen wat er van hen wordt gevraagd. Bij formulieren en aanvraagprocessen is dat direct zichtbaar in minder afgebroken invullingen en minder vragen aan de klantenservice. Ook voor vindbaarheid telt goede tekst mee, al is dat een bijeffect en niet de reden om het te doen.
Wat het niet oplevert, is een resultaat dat los te knippen is van de rest. Tekst werkt samen met indeling, vormgeving en techniek; een uitstekend geschreven pagina op een onvindbare plek helpt niemand. Bureaus die tekstoptimalisatie aanprijzen met beloftes over omzetstijging, overdrijven een verband dat in werkelijkheid van veel meer factoren afhangt. Wat wel vaststaat, is dat onduidelijke teksten aantoonbaar bezoekers kosten, vooral op de plekken waar iets van hen wordt gevraagd.
Waar let je op als je dit uitbesteedt?
Vraag of de interfaceteksten zijn inbegrepen of alleen de paginateksten. Dat verschil is groot en staat zelden expliciet in een offerte, terwijl juist die kleine teksten het meeste effect hebben op of mensen iets afmaken. Vraag ook wie de vaktermen aanlevert: bij inhoudelijke onderwerpen kan een schrijver niet zonder input van iemand die het onderwerp kent.
Let daarnaast op het moment waarop tekst wordt geleverd ten opzichte van het ontwerp. Teksten die pas na het ontwerp komen, moeten zich voegen naar een indeling die op opvultekst is gebaseerd, wat vrijwel altijd knelt. Vraag ten slotte of er een schrijfwijzer wordt opgeleverd. Zonder vastgelegde afspraken over toon en woordkeuze valt de eenheid van de site uiteen zodra er meerdere mensen inhoud gaan toevoegen.
Veelgemaakte fouten
De fouten in webteksten zijn opvallend consistent en komen bij vrijwel elke organisatie op dezelfde manier terug.
- Schrijven vanuit de organisatie. Teksten die beginnen bij wie het bedrijf is en wat het aanbiedt, sluiten niet aan bij een lezer die met een vraag komt.
- Te lang en te formeel. Volledige, ambtelijke zinnen worden op een scherm slecht gelezen, ook door mensen die ze prima zouden begrijpen.
- Interfaceteksten aan de developer overlaten. Knoppen en foutmeldingen die achteraf worden ingevuld, zijn zelden geformuleerd vanuit de lezer.
- Vaktaal zonder uitleg. Woorden die binnen de organisatie vanzelfsprekend zijn, laten buitenstaanders raden waar het over gaat.
Wat bepaalt de prijs?
De prijs volgt uit het aantal pagina’s en uit de vraag of er wordt geschreven of geredigeerd. Redactie van bestaande teksten is aanzienlijk goedkoper dan nieuw schrijven.
| Wat de prijs opdrijft | Waarom het meetelt |
|---|---|
| Aantal pagina’s | Elke unieke pagina vraagt eigen inhoud; herhalende paginatypes met een sjabloon kosten minder per stuk. |
| Inhoudelijke complexiteit | Vakinhoudelijke onderwerpen vragen inlezen en overleg met specialisten binnen de organisatie. |
| Schrijven of redigeren | Bestaande teksten aanscherpen kost een fractie van de tijd van volledig nieuw schrijven. |
| Interfaceteksten en e-mails | De kleine teksten zijn talrijk en vragen afstemming met ontwerp en techniek. |
Webteksten worden aangeboden op projectbasis met een prijs per pagina of per paginatype, of op uurbasis bij redactiewerk waarvan de omvang vooraf lastig te bepalen is. Vraag expliciet hoeveel correctierondes zijn inbegrepen, want dat is bij tekstwerk de meest voorkomende bron van meerwerk. Vraag ook of een schrijfwijzer erbij zit, zodat de organisatie er zelf mee verder kan.
Webteksten en aanverwante diensten
Webteksten hangen nauw samen met vrijwel elke ontwerpdienst. Informatiearchitectuur levert de labels en de indeling waarop de teksten voortbouwen. UI-design bepaalt de ruimte waarin tekst moet passen, en die twee horen elkaar te beïnvloeden in plaats van elkaar op te volgen. Digitale toegankelijkheid raakt eraan via begrijpelijk taalgebruik, duidelijke linkteksten en foutmeldingen die te volgen zijn. Concept en creatie bepaalt de toon waarin geschreven wordt. En technische SEO sluit erop aan via paginatitels en omschrijvingen. Veel webdesignbureaus besteden tekstwerk uit aan zelfstandige schrijvers; vraag na of het in de offerte zit of dat je het zelf moet regelen.