Informatiearchitectuur

Informatiearchitectuur is het ordenen van de inhoud van een website: welke pagina's er zijn, hoe ze zich tot elkaar verhouden en welke woorden er in het menu staan. Het bepaalt of iemand binnen een paar seconden de goede afslag neemt of blijft zoeken. Het wordt vastgelegd voordat er wordt ontworpen, omdat de indeling het ontwerp stuurt en niet andersom.

Wat is informatiearchitectuur?

Informatiearchitectuur is het ordenen van alles wat op een website staat: welke pagina’s er zijn, hoe die zich tot elkaar verhouden, onder welke noemer ze vallen en met welke woorden ze worden aangeduid. Het resultaat is een plattegrond van de site, meestal in de vorm van een boomstructuur, plus de bijbehorende menu-indeling. Het is het werk dat bepaalt of iemand binnen enkele seconden de goede afslag neemt of blijft dwalen.

Het onderscheid met webdesign is scherp maar wordt vaak vergeten. Informatiearchitectuur beantwoordt de vraag wat waar staat en hoe het heet; het ontwerp beantwoordt de vraag hoe dat eruitziet. Een prachtig vormgegeven menu met verkeerde categorieën blijft een verkeerd menu. Daarom komt de architectuur in een goed traject vóór het visuele ontwerp: de indeling stuurt de vormgeving, niet andersom.

De kern van het vak is dat de ordening moet aansluiten bij hoe bezoekers denken, en niet bij hoe de organisatie is opgebouwd. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk sluipt de interne indeling er vrijwel altijd in: menu-items die afdelingsnamen zijn, categorieën die het productenoverzicht van de verkoopafdeling volgen, of vaktermen die binnen het bedrijf gangbaar zijn maar daarbuiten niets betekenen. Informatiearchitectuur bestaat voor een groot deel uit het opsporen en corrigeren van precies die reflex.

Wat valt er precies onder?

Het vak omvat zowel het ordenen zelf als het benoemen en toetsen van die ordening.

  • Content-inventarisatie: een overzicht van alles wat er nu op de site staat, inclusief wat verouderd is en kan vervallen.
  • Sitemap: de boomstructuur van pagina’s en hun onderlinge hiërarchie, het kerndocument van deze fase.
  • Navigatieontwerp: welke items in het hoofdmenu komen, wat in de voettekst hoort en waar aanvullende ingangen nodig zijn.
  • Labeling: de precieze woorden voor menu-items en categorieën, in de taal die bezoekers zelf gebruiken.
  • URL-structuur: hoe webadressen zijn opgebouwd, zodat ze logisch en houdbaar blijven bij groei.
  • Metadata en filters: de eigenschappen waarop inhoud te filteren of te sorteren is, vooral bij grotere sites en webshops.
  • Zoekfunctie: hoe zoeken werkt, wat er wordt doorzocht en wat er gebeurt bij nul resultaten.
  • Toetsing: card sorting en tree testing om te controleren of de voorgestelde indeling voor buitenstaanders klopt.

Hoe verloopt een traject?

Informatiearchitectuur werkt van inventariseren naar ordenen naar toetsen, en die laatste stap is wat het onderscheidt van een indeling die iemand op gevoel heeft bedacht.

  1. Inventariseren. Alle bestaande inhoud wordt in kaart gebracht, meestal in een grote lijst met per pagina het onderwerp, het aantal bezoekers en of hij nog actueel is.
  2. Opschonen. Er wordt bepaald wat kan vervallen, wat moet worden samengevoegd en wat ontbreekt. Dit is vaak de nuttigste stap, omdat sites in de loop der jaren veel dode inhoud verzamelen.
  3. Onderzoeken. Met card sorting, zoekopdrachten uit de sitezoekfunctie en gesprekken wordt vastgesteld hoe bezoekers de inhoud zelf groeperen en benoemen.
  4. Structureren. Er wordt een sitemap opgesteld met categorieën, niveaus en labels, en er worden keuzes gemaakt over wat in het hoofdmenu komt.
  5. Toetsen. De voorgestelde structuur wordt met tree testing voorgelegd aan mensen buiten de organisatie, waarna verwarrende labels worden bijgesteld.
  6. Vastleggen en overdragen. De definitieve sitemap gaat naar het ontwerpteam, samen met een redirectplan als bestaande URL’s veranderen.

Wanneer heb je dit nodig?

De duidelijkste aanleiding is een nieuwe of volledig herziene website. Op dat moment ligt de indeling toch open, en is het aanzienlijk goedkoper om hem goed te bepalen dan om er later aan te sleutelen. Het is de fase waarin keuzes het minst kosten en het meest opleveren.

Een tweede aanleiding is een site die door de jaren heen is aangegroeid. Elke losse toevoeging was op zichzelf logisch, maar samen vormen ze een menu waar niemand meer iets in terugvindt. Signalen zijn een hoofdmenu dat blijft uitdijen, pagina’s die op meerdere plekken hangen en collega’s die interne links doorsturen omdat een pagina anders onvindbaar is.

Ook veel gebruik van de zoekfunctie is een signaal. Als bezoekers standaard gaan zoeken in plaats van te navigeren, vertrouwen ze het menu niet. Datzelfde geldt bij terugkerende vragen aan de klantenservice over informatie die wel degelijk op de site staat: dan is het geen kwestie van ontbrekende inhoud maar van vindbaarheid.

Wat levert het op?

Een goede informatiearchitectuur levert vooral op dat bezoekers minder moeite hoeven te doen. Dat is terug te zien in praktische signalen: minder gebruik van de zoekfunctie, minder telefoontjes over informatie die op de site staat, en pagina’s die daadwerkelijk worden gevonden in plaats van ongebruikt te blijven liggen. Ook voor de organisatie zelf scheelt het, omdat er een plek is waar nieuwe inhoud logisch thuishoort in plaats van erbij te worden geplakt.

Wat ervan verwacht mag worden, moet wel realistisch blijven. Een heldere indeling maakt inhoud vindbaar, maar verbetert de inhoud zelf niet: een goed geordende site vol verouderde of onduidelijke teksten blijft onbevredigend. Ook is het effect zelden in één cijfer te vatten, omdat het zich uit in tientallen kleine verbeteringen verspreid over de hele site. En bij een herstructurering hoort een tijdelijke terugslag in zoekmachines, doordat adressen veranderen en het even duurt voordat de nieuwe structuur is verwerkt.

Waar let je op als je dit uitbesteedt?

Vraag of de voorgestelde structuur wordt getoetst bij mensen buiten de organisatie, en op welke manier. Een sitemap die alleen intern is besproken, is een aanname; card sorting en tree testing zijn relatief goedkoop en halen er problemen uit die intern niemand meer ziet. Vraag ook wie de labels bepaalt en op basis waarvan, want juist de bewoording is het onderdeel waar interne vaktaal het makkelijkst in sluipt.

Let daarnaast op het redirectplan. Als de structuur verandert, veranderen de URL’s mee, en dan moeten alle oude adressen worden doorgestuurd. Dat is een aparte klus die regelmatig tussen wal en schip valt tussen de partij die de structuur bedenkt en de partij die de site bouwt. Vraag expliciet wie hem doet, hoe hij wordt gecontroleerd en of hij in de prijs zit. Vraag ten slotte hoe de structuur wordt vastgelegd, zodat de redactie later weet waar nieuwe inhoud thuishoort.

Veelgemaakte fouten

De fouten in dit vak zijn hardnekkig omdat ze binnen de organisatie meestal volkomen logisch aanvoelen.

  • Het organogram als menu gebruiken. Bezoekers weten niet welke afdeling wat doet en zoeken op hun eigen vraag, niet op de interne verdeling van taken.
  • Interne vaktaal in de labels. Termen die binnen het bedrijf volstrekt normaal zijn, zeggen buitenstaanders niets. Dit valt intern nooit op, en in een tree test binnen vijf minuten.
  • Alles in het hoofdmenu willen. Als elke afdeling een plek in het menu opeist, ontstaat een lijst waarin niets meer opvalt en waarin bezoekers juist slechter kiezen.
  • Redirects vergeten. Een nieuwe structuur zonder doorverwijzingen kost bezoekers en zoekmachineposities, en dat is achteraf lastig en traag te herstellen.

Wat bepaalt de prijs?

De prijs hangt vooral samen met de omvang van de site en met de vraag of er onderzoek onder gebruikers plaatsvindt of alleen intern wordt geordend.

Wat de prijs opdrijft Waarom het meetelt
Aantal pagina’s Inventariseren en ordenen schaalt vrijwel recht mee met de hoeveelheid inhoud die er al staat.
Wel of geen gebruikersonderzoek Card sorting en tree testing vragen werving, uitvoering en analyse naast het ordenen zelf.
Aantal doelgroepen Groepen met verschillende vragen kunnen een andere indeling nodig hebben, wat het puzzelwerk vergroot.
Omvang van het redirectplan Bij duizenden bestaande adressen is het opstellen en controleren van doorverwijzingen een eigen klus.

Informatiearchitectuur wordt zelden los ingekocht en zit meestal verwerkt in een ontwerptraject of een UX-opdracht. Waar het wel apart wordt aangeboden, gebeurt dat op projectbasis met een vast bedrag voor een afgesproken omvang. Vraag bij een offerte voor een complete website expliciet na of deze fase erin zit en hoeveel tijd ervoor staat, want het is een van de posten die stilzwijgend wordt overgeslagen als een bureau meteen aan het ontwerp begint.

Informatiearchitectuur en aanverwante diensten

Informatiearchitectuur ligt tussen onderzoek en ontwerp in en raakt daardoor aan meerdere vakgebieden. UX-onderzoek levert het materiaal waarop de indeling wordt gebaseerd, van doelgroepgesprekken tot zoekgedrag op de huidige site. Usability-testen toetst de structuur nadat die is vormgegeven, waar tree testing hem al eerder toetst in kale vorm. Webdesign is de directe opvolger: pas als de plattegrond vaststaat, kan de navigatie worden vormgegeven en kunnen paginatypes worden ingedeeld. Technische SEO raakt eraan via de URL-structuur en de doorverwijzingen, die bepalen hoe zoekmachines de site verwerken. En webteksten sluit erop aan, omdat de labels uit de architectuur de kapstok vormen voor de teksten die eronder komen. Bureaus bieden dit vrijwel altijd aan als onderdeel van een groter ontwerptraject.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil met webdesign?

Informatiearchitectuur bepaalt wat waar staat en hoe het heet; webdesign bepaalt hoe dat eruitziet. De architectuur is in feite een plattegrond: een boomstructuur van pagina's met de labels erbij. Pas als die vaststaat, heeft het zin om te bepalen hoe een menu wordt vormgegeven of hoe een pagina wordt ingedeeld. In de praktijk lopen ze in elkaar over, en bij kleinere sites doet dezelfde persoon beide, maar het zijn wel degelijk verschillende vragen.

Wat is card sorting?

Bij card sorting krijgen deelnemers een set kaartjes met onderwerpen en groeperen zij die zoals het voor hen logisch voelt. Bij een open variant verzinnen ze zelf de namen van de groepen, bij een gesloten variant zijn de categorieën gegeven. Het levert inzicht op in hoe je doelgroep de inhoud ordent, wat regelmatig afwijkt van hoe de organisatie dat doet. Het wordt vooral gebruikt aan het begin, als de indeling nog gevormd moet worden.

Wat is tree testing?

Tree testing is de omgekeerde toets: deelnemers krijgen alleen de menustructuur te zien, zonder vormgeving, en moeten aangeven waar zij een bepaald onderwerp zouden zoeken. Zo meet je of de indeling en de labels op zichzelf werken, los van hoe mooi het menu er straks uitziet. Het is een snelle en goedkope manier om een voorgestelde structuur te toetsen voordat er iets gebouwd wordt, en het legt vooral verwarrende benamingen genadeloos bloot.

Hoeveel niveaus diep mag een menu zijn?

Er is geen vast getal, en de veelgehoorde regel dat alles binnen drie klikken bereikbaar moet zijn, houdt geen stand in onderzoek. Wat telt, is of elke stap logisch aanvoelt: mensen klikken zonder bezwaar vier keer door als ze bij elke stap het gevoel hebben dat ze de goede kant op gaan. Een ondiepe structuur met twintig items in het hoofdmenu is vaak lastiger dan een diepere met heldere categorieën. Toets de structuur liever dan een regel te volgen.

Wat gebeurt er met mijn oude URL's bij een nieuwe structuur?

Die moeten worden omgeleid naar de nieuwe adressen met permanente redirects, anders verliest de site zowel bezoekers als opgebouwde posities in zoekmachines. Dit is een van de meest onderschatte onderdelen van een herstructurering: bij een grote site gaat het al snel om honderden of duizenden adressen. Vraag expliciet of het opstellen en controleren van het redirectplan in de opdracht zit, want het is een aparte klus die regelmatig tussen ontwerp- en bouwpartij in valt.

Moet ik de indeling van mijn organisatie volgen?

Meestal niet. Bezoekers weten zelden hoe een organisatie intern is opgedeeld en zoeken op wat ze willen bereiken, niet op welke afdeling het toevallig afhandelt. Een menu met de namen van afdelingen of van interne producten werkt daardoor vaak slecht. Dat betekent niet dat de organisatiestructuur nergens zichtbaar mag zijn, maar wel dat de hoofdindeling het beste vertrekt vanuit de vragen en taken van de bezoeker.